De psychologisering van de samenleving (5)

Het maatschappelijk ideaalbeeld

Steeds gemakkelijker vinden mensen de weg naar de geestelijke gezondheidszorg, vanuit de gedachte dat daar een deskundige wacht die de problemen gaat oplossen. Deze verwachting is gestimuleerd door de sociale media. Psychologen en psychiaters hebben aan deze ontwikkeling bijgedragen. In voorgaande blogs is dit alles beschreven. Inmiddels is bekend dat ook de diagnostiek vanuit het Diagnostic en Statistical Manual of Mental Disorders, het DSM, deze cultuur heeft veroorzaakt. Getuige de alsmaar uitwaaierende diagnose ADHD bij drukke, onrustige kinderen. Men krijgt in deze tijd snel een psychiatrisch etiket.

Enige tijd geleden alweer waren overal posters te zien met daarop een somber ogende mevrouw die zich afvroeg: “Moet ik dit leuk vinden?” Dame in kwestie zat op een verjaardagsfeest. Conclusie, zit je op een verjaardagsfeest en geniet je niet (genoeg), dan heb je behandeling nodig. Het ging in dit geval om antidepressiva. Maar de professionele richtlijn stelt pillen + praten, dus daar zit al snel een therapeut aan vast.

Onlangs een aflevering van Dr. Phil gezien. Een huwelijksprobleem. Man gamet te veel, vrouw is daar boos over want vader verwaarloost zijn gezin. Hoe krijgen wij meneer achter de PS4 vandaan? Dr. Phil weet raad en profileert zich als deskundige die dit gaat oplossen. Er was bij echtpaar nog wat meer aan de hand, maar de strekking van het verhaal is duidelijk. Heeft u kiespijn dan gaat u naar de tandarts. Heeft u een psychologisch probleem dan gaat u naar de psycholoog.

Bij deze voorbeelden vallen twee zaken op. Normale grijze momenten in het bestaan, het verjaardagsfeest, moeten omgezet worden in bloeiend genot. Dat is een hoge kwaliteitseis aan het leven. Bij conflicten, de gamende echtgenoot, gaan wij niet proberen het samen op te lossen, maar stappen wij naar de therapeut. Dit alles gaat om een verwachtingspatroon. Elk feest hoort een bron van plezier te zijn. Een goed huwelijk kent geen spanningen en wordt gekenmerkt door harmonie. Veel eisen stellen aan kwaliteit van leven gecombineerd met een hoge verwachting van de deskundigheid van therapeuten.

Naar de professional

Er zijn veel meer voorbeelden te geven van de bovenbeschreven omstandigheden. Het begrip psychische klacht waarvoor behandeling nodig is, is als een olievlek uitgedijd. Dat proces laat zich moeilijk keren. De beleidsmakers in de GGZ zijn zich bewust van deze ontwikkeling. Men wil steeds vaker cliënten aansturen richting studie en zelfmanagement. Het aanbieden van e-health programma’s en apps voor de mobiele telefoon is hier een bewijs van. De cliënt wordt gevraagd zichzelf te beoordelen en krijgt studiemateriaal aangeboden. Dat is op zichzelf een goede benadering.

Echter, als men geen rekening houdt met de persoonlijkheid en de historische achtergrond van het privéleven van cliënten kan dit grandioos mislukken. De cliënt moet analoog of digitaal lezen. Dat is het eerste uitgangspunt. Op grond van wat de cliënt leest komt de cliënt vervolgens ook zelf op ideeën om zijn behandeling vorm te geven. Prima. Maar het is niet de bedoeling dat de therapeut zich gaande dat proces distantieert.

“Bekijkt u die-en-die app eens, en scroll op de informatie. Zit ook een dagboekregistratie en logboek bij, kunt u zelf bijhouden hoe het met u gaat. Ik volg hier wel wat u schrijft en we maken eventueel een afspraak mocht het allemaal niet naar wens verlopen. We kunnen ook even skypen.”

Dat gaat zo niet werken. Er bestaat een kans dat de cliënt zich afgescheept voelt. Het moet blijvend zo zijn dat twee personen zich verdiepen in clients psychische klachten, namelijk de behandelaar en de cliënt. Zo ontstaat het beeld van een queeste, een zoektocht, een gezamenlijk af te leggen weg. De behandelaar kent bij uitstek de vakliteratuur. De cliënt kent zichzelf. De een helpt de ander.

U beschikt vanzelfsprekend over het nieuwste type smartphone zodat u de laatste apps op het gebied van de geestelijke gezondheidszorg onmiddellijk kunt downloaden. (Foto PJB)
U beschikt vanzelfsprekend over het nieuwste type smartphone zodat u de laatste apps op het gebied van de geestelijke gezondheidszorg onmiddellijk kunt downloaden. (Foto PJB)

Kan het electronisch?

Veel kan electronisch maar het blijft maatwerk. Altijd. Neem bijvoorbeeld exposure, de geleidelijke blootstelling aan een beangstigende situatie. Dit is de standaardbenadering bij cliënten met fobische klachten. Dit klinkt simpel. Het is ook evidence based: er is overeenstemming in de vakliteratuur dat angsten zo benaderd moeten worden. Het is alleen geen eenvoudige zaak om exposure in de praktijk te laten slagen.

Presenteert de therapeut de benadering te vroeg dan mislukt de interventie. Als de cliënt zich nog zit af te vragen wat hij van zijn behandelaar vindt en er komt zo’n verhaal op een app, dan accepteert de cliënt de informatie vermoedelijk niet. Essentieel is dat er in dat geval ook waarschijnlijk geen tweede kans komt. Nòg een keer komen met hetzelfde verhaal werkt zelden of nooit.

Niet alleen de timing moet kloppen, ook het inhoudelijk taalgebruik in de informatie dient te passen bij clients wereldbeeld. Bij cliënten die afkomstig zijn uit een andere cultuur vraagt dat extra inspanning – maar het kàn wel. Technisch jargon kan bij sommige cliënten helemaal verkeerd vallen (“dure woorden”) en andere cliënten juist weer geweldig motiveren. Denk dan aan cliënten die gevoelig zijn voor high tech benaderingen, die zo het gevoel krijgen dat hen iets heel wetenschappelijks wordt aangeboden – wat ze op prijs stellen. Hetzelfde geldt weer voor de hoeveelheid studiemateriaal die de behandelaar presenteert, het aantal regels. Soms weet je, ik ben al blij als de cliënt een paar alinea’s tot zich neemt. Dan is het zaak die fragmenten goeed te selecteren zodat de cliënt de inhoud optimaal herkent. Andere cliënten worden enthousiast bij de presentatie van een heel boek.

Protocollen zijn de oplossing niet. Ik was ooit enthousiast over die modellen omdat zij er op papier zo prachtig uitzien. Hele mooie teksten, inderdaad, en meestal ook voor de cliënt begrijpelijk, of binnen het kader van het protocol speciaal voor dit bepaalde probleem van clienten geschreven. Te vaak heb ik helaas bemerkt dat deze cliënt nou nèt niet in, of bij het protocol past en zich dus ook niet kan vereenzelvigen met de benadering van het protocol. Dan treedt weer dat bovenbeschreven effect op:  de cliënt herkent zichzelf niet in de teksten, ontwikkelt weerstand, vergeet opdrachten, de behandeling wordt stroperig. Dat scenario eindigt in frustratie van zowel cliënt als therapeut.

Hoe appen wij nu verder?

Op alle mogelijke manieren worden mensen gestimuleerd om hoge eisen aan de kwaliteit van leven te stellen en therapeuten te raadplegen als dat niet lukt. Of om medicijnen te nemen als dat niet lukt. Of beide. Tegelijkertijd biedt de elektronica steeds meer mogelijkheden om die geneeskrachtige processen te begeleiden. Om al die e-health adequaat toe te passen zijn dan uiteindelijk toch weer therapeuten nodig.

Uit het oogpunt van kostenbeheersing kan dat een oplossing lijken. Wij klassificeren psychisch probleem A en het automatisch behandelprogramma B handelt de zaak on line af. Maar tot het moment dat wij robots ontwikkelen van een hoog science fiction niveau zijn voorlopig creatief denkende therapeuten onmisbaar. Apps of niet.

Wordt vervolgd